Biologie
| 1 maantop | 12 hoef | 23 hak |
| 2 neus | 13 hoefballen | 24 zitbeenknobbel |
| 3 kingroeve | 14 koot | 25 staartwortel |
| 4 keel | 15 kogel | 26 kruis |
| 5 schouder | 16 pees | 27 heupen |
| 6 schouder- of boeggewricht | 17 elleboog | 28 lendenen |
| 7 borst | 18 flank | 29 rug |
| 8 onderarm | 19 knie | 30 schoft |
| 9 handwortel | 20 schenkel | 31 manen |
| 10 pijp | 21 zwilwrat | 32 nek |
| 11 kroon | 22 spronggewricht | 33 hals |



Aftekeningen hoofd

Geen twee paarden zijn precies hetzelfde.
Dat is ook zo bij de aftekeningen aan het hoofd. Toch zijn er een aantal hoofdcategorieën.
Zo zijn er de kol, een witte plek op het voorhoofd.
De sneb, een witte plek tussen de neusgaten. Kol en sneb kunnen ook in combinatie voorkomen. Blessen lopen van het voorhoofd tot aan de neus en kunnen verschillende breedten hebben.
Een paard dat een witte vlek heeft die over de ogen en neusgaten loopt, noemen we een withoofd.
Speciale aftekeningen
Misschien wel leuk om te weten
Een melkmuil is een paard dat een witte mond heeft.
Krotenmuilen, paarden met een vleeskleurige mond
Paddenmuilen, paarden waar er rondom de mond vlekken te zien zijn.
Pony's met roomkleurige haren rondom de mond worden wel eens meelsnuiten genoemd.
Vooral Exmoor-pony's hebben dat.
Aftekeningen Benen
De benen van een paard kunnen helemaal in dezelfde kleur zijn als het paard zelf.
Ze kunnen echter ook gedeeltelijk wit zijn.
Hieronder een aantal voorbeelden van aftekeningen aan de benen.
Veelal is de hoef van een been met witte aftekeningen ook wit,
behalve bij een witte kroonrand of witte ballen.

1 Witte kroonrand
2 Sokje
3 Sok
4 Witvoet
5 Half witbeen
6 Witbeen
7 Hoog witbeen

8 Witte kroonrand, achter hoog oplopend
9 Sok, achter hoog oplopend (tot over de kogel)
10 Sok voor en achter oplopend
11 Witvoet voor oplopend, donkere vlekken op de kroonrand
12 Witvoet (binnen- of buitenwaarts) oplopend tot halverwege de pijp
13 Half witbeen voor oplopend (tot aan de voorknie)
Aftekeningen hoeven

Paarden ervaren (zien) de wereld anders dan wij dat doen

Het meest opvallende verschil is zijn gezichtsvermogen.
- Een paard heeft zijn ogen aan de zijkant van 't hoofd en dat betekent dat hij sommige dingen alleen met één oog ziet.
- Als hij vervolgens met z'n andere flank langs een voorwerp loopt, ziet hij het met zijn andere oog en kan het voorwerp dus nieuw voor hem lijken.
- Alleen wat in de driehoek recht voor het paard is, kan hij goed met twee ogen bekijken en met diepte zien.
- Gevolg is dat een paard zijn hoofd naar iets toe moet draaien om goed te kunnen zien. Dat moeten we ook toelaten.
- Het gebied recht achter en boven zich, kan een paard niet zien.
- Van zijn berijder ziet het paard dus alleen de uitstekende en wapperende armen en benen.
- Als je onverwachte bewegingen maakt met die armen en benen, kan een paard daar goed van schrikken.









